Lees hier over de belevenissen van een 1*-duikster in opleiding!

04

Deel 6 - Onderwaterrust

We zullen zien
Op zondagochtend om half acht al in de auto plaatsnemen, terwijl alle huisgenoten nog op één oor liggen is weer een geheel nieuwe ervaring. Misschien slapen de vissen, kikkers en eenden nu ook nog en is het buitenwater dus mooi helder? Spreken de duikmannen daarom altijd zo onmogelijk vroeg af? Of kunnen zij dan nog ongemerkt het huis uit sluipen en zo allerlei lastige klusopdrachten en stuiterende kinderen ontduiken? Geen idee. Ik ben in ieder geval meteen wakker; ik word namelijk direct uitgefoeterd door de duikmeester-chauffeur omdat ik zo veel tassen bij me heb. Gelukkig zien we vijf minuten na vertrek een prachtige dikke wulp midden op de weg staan en is de duikmeester meteen afgeleid. In de kalme ochtendrust rent af en toe een haas met ons mee en we genieten van de stilte. Een uurtje duurt de rit en dan slaan we het weggetje in dat naar de duikstek in Ruinerwold leidt. Het heeft een vreemde naam, iets van “Bij de bloemen” en de plas zelf heet Engelgaarde. Mijn eerste chloorloze zoetwaterduik. Ben benieuwd. Het waait hard en het is koud, waarschijnlijk is de watertemperatuur hoger dan de buitentemperatuur. Met onze jassen hoog dichtgeritst doen we even iets van ontdek je stekje en kijken in en over het bruine water. Het ziet er mooi uit; de begroeide oevers, de bomen, de Hollandse lucht, de plas. Wonderlijk dat wij straks voorzichtig in die onderwaterrust zullen gaan afdalen. Ik vraag aan mijn duikmeester of er veel vissen zijn. Hij kijkt stil in de verte en zegt: we zullen zien.

Het vissenjachtseizoen
Ik hoor een aantal mannen verbaasd constateren dat hun natpak toch elk jaar kleiner lijkt te worden en ik krijg er gelijk spijt van dat ik stroopwafels heb meegenomen. Als we na een kwartiertje in onze complete uitrusting gekropen zijn doen we de auto op slot, verstoppen de sleutel en lopen naar de plas. De instap in het water is hier heel gemakkelijk. Na de buddycheck loop je er zo in en kunt dan liggend je vinnen aan doen. Ik plons er iets minder charmant in dan mijn duikmeester, maar die voert weer een wat langere strijd met zijn buitenvinnen. Zeker omdat ook zijn natpak net uit de mottenballen is bevrijd en dus lekker strak zit. Ik kijk ondertussen over het water naar de vogels die rustig hun veren aan het poetsen zijn. Als tijdens deze bezigheid het water traag en koud mijn pak in sluipt voel ik me ook net een vogel en bibber het tijdelijke kippenvel snel van me af. In het diepere gedeelte dobber ik naast de duikmeester en probeer zijn instructies door mijn strakke zeven millimeter cap mijn oren in te laten dringen. Het water ziet er niet echt engelachtig uit, meer bruin en geniepig, klaar om ons op te slokken. Ik adem even een paar keer diep in en uit door m’n automaat voordat we naar het onbekende gaan afzakken. De duikmeester wil dat ik hem aankijk en wacht even voordat we de meeste lucht uit onze jackets laten ontsnappen en een stukje naar beneden gaan. Mijn eerste zoetwaterdoop is een feit en ik hoop dat het vissenjachtseizoen, met onze ogen als enige wapen, geopend is. 

Wandelende onderwatertakken
De bodem is niet zo ver weg en we kunnen gelukkig best goed onder water kijken, en het is ook lichter dan ik dacht. Ik zie planten, zand, steentjes en een fles bier. Zou er nog wat inzitten? Ik pak het op en hij lijkt nog vol. Helaas heb ik geen afvalzak bij me en dus druk ik het maar weer zachtjes in het zand. Hier en daar zie ik schelpdiertjes en wat kleine takjes die lijken te bewegen. Zouden er wandelende onderwatertakken bestaan? De duikmeester wijst ook af en toe zo’n bewegend takje aan, maar ik snap niet wat het is. Laat me nou maar een vis zien, daar wil ik wel even achter aan zwemmen. Ik kijk druk om me heen en ben helemaal niet koud in mijn dubbele pak. Het vinnen en mooi rustig en stabiel zwemmen gaat redelijk. Af en toe ben ik het weer even kwijt en zijn er weer die onzichtbare handen die met mijn balans spelen, alsof ze duidelijk willen maken dat ik hier niet hoor. Nee, ik hoor hier ook niet, maar daar probeer ik juist niet aan te denken, dus kantel mij nou niet. Gelukkig zet de duikmeester mij weer in de zwempositie die de meeste duikers aannemen tijdens zo’n ontspannen tochtje op de bodem van een Drentse plas. Hé kijk, struiken die onder water groeien. De lichtstraal van de duikmeester schijnt tussen de takken. Ik snap het, we zoeken vissen of andere onderwaterbewoners, spannend. Van schrik lig ik best mooi stil. Maar na tien minuten beweegt er nog niets; je wordt er een beetje koud van. En dorstig. De meester heeft verteld dat dit een hele mooie schone natuurplas is en dat hij, altijd wanneer hij hier gedoken heeft en thuis komt, vindt dat hij heerlijk fris ruikt. Ik moet lachen omdat ik me de vrouw van de duikmeester voorstel zoals die straks even goedkeurend in zijn hals zal snuffelen. Ik trek voorzichtig mijn automaat uit m’n mond en drink een glaasje Engelgaarde. Inderdaad, heel verfrissend. 



Drentse stofwolk
’t Is fijn hier onder de waterspiegel, met alleen de geruststellende geluiden van je eigen luchtbellen en die van mijn maatje, die nog steeds geconcentreerd de omgeving bestudeert. Ik bekijk ondertussen het zand onder mij, vind een mooi dubbel en leeg schelpje en probeer het in de manchet van mijn handschoen te proppen. Dat is een hopeloos gepruts dat heel lang duurt en opeens zie ik de heldere ogen van de duikmeester in zijn masker naar mij turen. Even schudt hij zijn hoofd, trekt dan zijn eigen handschoen open en houdt de opening voor mijn gezicht. Ha fijn, ik stop het schelpje er in, neem tevreden nog een paar slokken Engelgaarde, en biedt hem ook een glaasje aan. Hij snapt niet wat ik bedoel en neemt mij mee naar rechts. Ik voel dat ik eigenlijk niet heel goed uitgetrimd ben; af en toe trekt de duikmeester aan mijn achterste blazer en voel ik de luchtbellen boven mijn achterwerk omhoog gaan. Kan het niet helpen, maar moet daar altijd om grijnzen. We zwemmen nu langs de zijde van een soort heuvel die verder de bruine diepte in gaat. Wij dalen niet af, maar komen boven een stuk donker gekleurde bodem dat mooi vlak is. O nee hè, fluister ik in m’n automaat en kijk voorzichtig naar de duikmeester. O ja hè, zeggen zijn ogen en hij maakt het ga-jij-maar-even-fijn-vinwippen-gebaar. Hier? In al dat bruine zand? Ja, Hier. Oké dan, languit op m’n buik met de uiteinden van mijn vinnen op de bodem, handen op elkaar, ellebogen opzij en net niet op de grond. En nu door m’n longen te gebruiken rustig omhoog en ook weer omlaag gaan. Sjonge, dat duurt lang voordat de meester tevreden is, terwijl hij er volgens mij nauwelijks iets van ziet in deze fijne Drentse stofwolk. Als ik weer rechtop op m’n knieën ga zitten en vragend naar hem kijk zie ik heus wel die grijns achter zijn automaat. Maar nu ik verder zwem ben ik wel weer wat stabieler en kijken we nog even heerlijk op ons gemak rond in deze rustgevende wereld. 

Duikers nemen niets mee

De waterplanten staan stilletjes rechtop en af en toe zie ik een piepklein waterbeestje, en schelpjes, steentjes en kleine takjes die soms lijken te lopen. Hier en daar helaas ook wat gezonken zwerfvuil. Verder is hier niets te beleven en dus oefenen we nog wat oefendingen. Duikbril klaren en een poosje overleven zonder automaat. Hoe we het toch voor elkaar krijgen weet ik niet maar uiteindelijk steken we precies bij de instap ons hoofd weer boven water. Vanwege het schelpje doet de duikmeester niet alleen zijn handschoen, maar ook zijn mond open. Hij kijkt ernstig. Duikers nemen niets mee van onder water. Duikers verstoren niets. Duikers raken niets aan. Begrepen duikmeester, en ik sluit voorzichtig mijn vingers om het glanzende bruine schelpje. Mijn eerste en laatste souvenir. De andere mannen zijn nu ook aan de oppervlakte verschenen en even klinkt er een gezellig gezamenlijk koortje van geblaas, gerochel en gespuug; de viezeriken! Doe zoals ik, drink onder water gewoon af en toe even een slokje om de keel te smeren. Op de kant bespreekt iedereen wat er in de plas gezien is, maar helaas zijn we daar snel klaar mee. Ik heb een andere plas als gespreksonderwerp en wil snel alles af en uit, om de bosjes in te vluchten. Daarbij struikel ik een beetje en heb nu geleerd dat, wanneer je met je fles nog op je rug ver naar voren buigt, je onhoudbaar in een soort duffe slow motion voorover duikelt. Half in de modder en half op het Mekka-kleedje van de duikmeester. Alsof ik een gebed naar het Oosten wilde beginnen. En waar ik vervolgens door al dat gewicht niet meer overeind kan komen. Uiteraard tot groot vermaak van de duikmannen om mij heen die werkelijk zeer ruim de tijd nemen voordat ze me weer overeind zetten. Schurken. Snel, maar nu voorzichtiger, alles uittrekken en dan als een speer de bosjes in. En weer uit. Best veel brandnetels hier. Maar uiteindelijk komt alles goed, delen we kameraadschappelijk onze warme koffie, thee en koeken en voelen ons prettig voldaan. Dat was nog ‘es een heerlijk begin van een anders zo luie zondag.
mail facebook

Post Rating

Reacties

# Dick Stevens
dinsdag 5 november 2013 17:55
Prachtig om te lezen, ga door.
# Duikman
dinsdag 5 november 2013 23:45
Volgende keer graag iets minder lawaai maken ij vertrek.
# Mieke
zaterdag 9 november 2013 23:35
Super! De overdreven taalstuntjes zijn achterwege gebleven en een prachtig verhaal is hier neergezet! Ik hoop dat je doorgaat met je verhalen op deze manier. Dit is fijn om te lezen en je verhaal komt nu echt over.
# Theo
dinsdag 19 november 2013 19:31
Ik zou als ik jou was ophouden om water te drinken uit plassen.
Niet echt heel gezond.
Verder leuk stukje

Plaats reactie

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in:


 

Over Alyssa Akkerman

Alyssa Akkerman is een 1*-duikster in opleiding bij een kleine, maar gezellige NOB-vereniging. Alyssa, in het dagelijks leven ICT-trainer, is niet bepaald een onderwatertalent. Maar met een gezond relativeringsvermogen, een beetje zelfspot, een flink doorzettingsvermogen en een bijzonder oog voor dingen die anderen ontgaan kom je een heel eind onder water.

Onder begeleiding van een aantal duikinstructeurs en assistenten, door haar steevast duikmeesters genoemd, is zij terecht gekomen in een wonderbaarlijk avontuur, waarvan zij de hoogtepunten in deze column met veel humor beschrijft. Via de theorielessen, de zwembadinstructie, het buitenwater en de opleidingsduiken in Zeeland, naar steeds weer een nieuwe verwondering over het leven boven en onder water.