Lees hier over de belevenissen van een 1*-duikster in opleiding!

28

Deel 7 - Jack Sparrow

Helemaal alleen
Toen ik gisteravond thuis kwam werd mij verteld dat duikmeester Eus gebeld had en dat ik even terug moest bellen. Onmiddellijk, snel doen; voordat hij iemand anders belt. Gelukkig, ik ben op tijd en ja, ik mag morgen samen met hem ten onder in de Casteleynsplas. En helemaal leuk, het wordt geen opleidingsduik, maar een echte recreatieduik, en hij belooft op zoek te gaan naar een groot deel van de bezienswaardigheden die deze plas rijk is. En daar sta ik nu dan, tot mijn middel in het water. Of liever gezegd daar hang ik dan, want de duikmeester helpt mij met mijn vinnen en dus verlies ik mijn evenwicht en lig niet al te charmant half tegen de houten wand aan. Wat toch de functie van die houten ruïne bij de instap is heb ik nog niet begrepen. Vlak voor we afdalen naar daar waar je niet meer kunt praten zonder gebaren dendert de adrenaline weer door alle gaten en hoeken van mijn brein en van mijn lichaam. We zijn hier helemaal alleen! Is dat niet gevaarlijk? Wordt het hier opeens diep - kun je hier per ongeluk heel snel afzinken zonder dat dat de bedoeling is? En ook: ik heb nog nooit met deze duikmeester buiten gedoken, hoe zal dat gaan? Vast en zeker goed, want hij helpt mij onder water nu eerst met het beter vastzetten van de octopus en wacht tot mijn ademhaling wat rustiger wordt. Dan gaan we zwemmen. De zon schijnt prachtig in het water en je kunt heel ver kijken. 


Foto: Flevolandschap

Koelbloedig
Al snel zijn we iets dieper en zien meteen een school van duizenden visjes van een paar centimeter groot. Ze vervolgen hun weg alsof wij niet bestaan. Hun kleine lijfjes schitteren in het onderwaterlicht en ik kijk ze vol bewondering na. Mijn eerste ontmoeting met vissen onder water. We zwemmen verder en even later pakt de duikmeester mij beet, hij wijst: kijk snel, daar! Nog net zie ik iets groots wegflitsen, wat was dat? Ik zie dat de ogen van de duikmeester vragen: zag je dat? Ja, ik zag iets, een dikke tuinslang met een staart die er vandoor ging. Was dat dan mijn eerste echte grote-vis-onderwater-ervaring? Ik voel mijn hart flink kloppen onder mijn jacket. We volgen de glooiende ondergrond en zwemmen opeens een prachtig tropisch aquarium binnen. De bodem is van geel zand, er schijnt heel mooi zacht maar helder licht, het water is zo transparant als glas en we zwemmen o zo mooi tussen lichtgekleurde vissen met strepen; ze zijn allemaal een centimeter of twintig, en ik hang van verbazing helemaal stil. En dan ook nog: een snoek! En nog een! Wat een lange slanke koelbloedige beesten. Ik weet hoe een snoek eruit ziet met dank aan de cameraduikbril van een klasgenoot uit de 1-ster-opleidingsklas. Eentje zwemt weg, draait zich om en komt dan even arrogant onze richting op. Ik wil het liefst geen lucht laten ontsnappen om niets te verstoren maar lang hou ik dat niet vol. We gaan weer verder en ik hou de buddy-stok, een uitvinding van deze duikmeester en mijn remedial dive-teacher Dick, goed vast. Mijn stabiliteit en zwemtechniek zijn eigenlijk deze mooie omgeving onwaardig, maar voor vandaag maakt dat niets uit. Ik hoop tenminste dat mijn buddy zich niet al te veel ergert aan het geworstel naast hem; mijn vinnen raken hem behoorlijk vaak. Hij lijkt zich er gelukkig niets van aan te trekken want hij wijst nu weer dat ik naar voren moet kijken. Een zoetwaterkreeftje? Een visje? Snoek? Ik zie niets. Ja toch, in de verte doemt een enorm grote donkere vorm op. 


Foto: Cor Kamman

Pirates of the Caribean
Plotseling zwelt de muziek op die hoort bij captain Jack Sparrow, en zie ik een groot, mysterieus wrak op de bodem hier van de grote stille oceaan. Ik heb mijn nieuwe duikvriendjes al vaak horen praten over “het wrakje”, maar nee, dit is groot, dit is machtig, dit is: een Schip. Ik ben een duikende piraat, we gaan aan boord, enteren! Duikmeester beweegt rustig en ik probeer mee te doen, misschien zit hier iets. Enge overblijfselen van opvarenden? Zeemonsters, roofvissen? We kijken voorzichtig overal en zwemmen een rondje over het dek. Als we weer van boord gaan word ik bij de railing heel even door iets vastgehouden aan mijn loodgordel, vreemd. Ik ben in een andere wereld en ontmoet naast het wrak nog meer van dezelfde mooie vissen als net, alsof iemand ze speciaal voor ons hierheen heeft gestuurd. Ik kijk schuin omhoog en moet dan weer even mijn evenwicht terugvinden, en oei, nu ook mijn automaat; per ongeluk geraakt met mijn maaiende arm. Maar de duikmeester ziet alles en heeft het ding voordat het weg kan zwemmen alweer teruggepakt, dank u. Ik voel dat het water hoe dieper hoe kouder wordt; hoe diep kun je hier eigenlijk? Soms zwemmen we langs een heuvel die oneindig ver naar beneden lijkt te gaan en ik ben blij dat we gewoon hier blijven. Waar dat dan ook moge zijn, geen idee waar de uitgang is. En waar alweer een bijzondere vorm opdoemt voor mijn neus. Wat is dat nou toch weer? Het lijkt een enorme houten rechtopstaande kist waarvan één wand plat neer is gevallen. Het geval is wel 4 meter hoog en ik vraag aan de duikmeester wat het is. Hij maakt een gebaar alsof hij iets bestuurt en ik zie nu dat er onder een van de grote zijkanten wielen zitten. Gek.

Foto: René Weterings

Het monster
De planten zijn hier verderop wat groter, maar nog wel frisgroen van kleur. Terwijl we er vlak boven zwemmen kijkt mijn buddy geconcentreerd tussen de begroeiing. Wat zou daar te zien zijn? Soms liggen er wat stengels plat en lijkt het of je wat sporen in de zachte bodem ziet. Volgens mij zijn we nu vlak bij de oever en bevinden ons nog maar een paar meter onder het wateroppervlak. Ik bestudeer mijn console en zie dat we inderdaad niet diep meer zwemmen. Helaas zie ik ook dat mijn luchtvoorraad sneller afneemt dan ik zou willen. Van rechts komt weer zo’n grote school met kleine vissen op ons af; en vooral als ze boven je zwemmen zie je goed dat ze zich verplaatsen alsof ze samen één organisme vormen, wonderlijk. Zouden die ook een vissenmeester hebben die de weg weet? En die bepaalt welke kant ze vandaag op gaan? Zouden ze met z’n allen tegelijk gaan slapen als het donker wordt? Of blijft er aan de buitenkant wellicht een rij visjes wakker voor het geval er een grote roofvis in aantocht is. Opeens denk ik aan de verhalen die ik in het clubhuis gehoord hebt. Er woont een meerval in de Casteleynsplas! Een dikke vleesetende roofvis waarvan ik in filmpjes op het internet zag dat die gewoon hele vogels, die even onschuldig wat komen drinken aan de idyllische waterkant, vangen en opschrokken. Ik tuur tussen de planten en de rietstengels en zie: een snoek! Ik kijk naar hem en hij kijkt naar mij. Jammer dat de duikmeester op mijn console kijkt en laat weten dat we niet langer kunnen blijven. Nu al ben ik benieuwd naar de volgende duik en hopelijk een spannende zoektocht naar die beruchte waterbewoner. Maar sodeknetter zeg, wat een duik was dit, wat een muziek, wat een belevenis, wat een prachtig schouwspel!

mail facebook

Post Rating

Reacties

# Dick Stevens
vrijdag 29 november 2013 07:00
Tja, wat moet ik nou zeggen? De ene column is mooier dan de andere maar deze is het mooiste.
# Duikman
zondag 1 december 2013 13:46
Geweldig, en dat gewoon hier om de hoek in NL!
En dat ding met wielen is een oude schaftkeet die uitelkaar valt.

Plaats reactie

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in:


 

Over Alyssa Akkerman

Alyssa Akkerman is een 1*-duikster in opleiding bij een kleine, maar gezellige NOB-vereniging. Alyssa, in het dagelijks leven ICT-trainer, is niet bepaald een onderwatertalent. Maar met een gezond relativeringsvermogen, een beetje zelfspot, een flink doorzettingsvermogen en een bijzonder oog voor dingen die anderen ontgaan kom je een heel eind onder water.

Onder begeleiding van een aantal duikinstructeurs en assistenten, door haar steevast duikmeesters genoemd, is zij terecht gekomen in een wonderbaarlijk avontuur, waarvan zij de hoogtepunten in deze column met veel humor beschrijft. Via de theorielessen, de zwembadinstructie, het buitenwater en de opleidingsduiken in Zeeland, naar steeds weer een nieuwe verwondering over het leven boven en onder water.