Lees hier over de belevenissen van een 1*-duikster in opleiding!

08

Deel 8 - Diepe duik in ondiepe plas

Expeditie
Ik ben op expeditie. Ik draag een indrukwekkend stuk bagage op mijn rug en extra uitrustingstukken in mijn rechterhand. Ik staar naar het ravijn dat ik moet oversteken. De expeditieleider grijpt me beet en helpt me door die diepe, droge maar kleverige sloot. Nog een stuk hoog gras doorkruisen en daar is dan het water; stil, donker, glad en grimmig. Half struikelend belanden we in het water, op een zanderige en met stenen bezaaide bodem. We doen een grote stap naar voren en laten ons drijven aan de oppervlakte. Koel water stroomt traag tussen mijn huid en mijn pak en ik vraag of je dit water gewoon kunt drinken. De expeditieleider knikt en spuugt stoer in z’n bril. Ik proef het water, en kijk rond. Een meer, omringd door bomen en bosjes, die deels in het water hangen. Rechts een omgewaaide boom waarin een zwarte vogel met kleine oogjes ons vanuit zijn nest wantrouwend aankijkt. Hier heerst stilte. Mijn stem weerkaatst zacht galmend over de waterspiegel en vraagt of ik niet zonder cap onder water kan. Ik vind het water lauw en heb het helemaal niet koud. Een kort mannen-antwoord. Nee. Punt. Waarom niet, mopper ik geluidloos, het is toch zomer? Ik doe mijn vinnen aan, zet mijn cap en bril goed en kijk alvast even onder de oppervlakte. Grijs, bruin, zwart, onheilspellend. Verschillende organen in mijn borstkas verhogen onmiddellijk hun ritme; donker, het is daar donker, duikmeester! Wil ik daar wel heen? We zijn nog maar een klein stuk van de kant en ik voel de diepte al aan mijn voeten zuigen. Ik prop snel de ademautomaat tussen mijn kaken en probeer te bedenken hoe je ook al weer uit je ogen kijkt wanneer je helemaal volledig absoluut niet bang bent. 


Foto: Cor Kamman

Arctische donkere diepte
Even wachten, diep ademhalen, lucht uit m’n vest en dan: afdalen. Ik knijp mijn ogen dicht en doe ze na een paar seconden weer open. O guttegut, ik kan niet eens zien of duikmeester Zorro naar mij kijkt, het is hier zo duister dat ik zijn kalme ogen ergens diep in zijn pikzwarte masker niet eens kan ontdekken. Ik realiseer me wel dat ik aan iets nieuws bezig ben. Meestal gaan we horizontaal zwemmend langzaam steeds wat dieper, maar nu ben ik voor het eerst bezig aan een echte expeditie-afdaling; stoer en cool. Cool en koud! Allemachtig, in wat voor Arctische donkere diepte zijn we hier beland! Wat een deprimerende diepbruine omgeving. Gelukkig voel ik nu iets wat hopelijk de bodem is en probeer op mijn knieën te landen. En direct snap ik waarom de duikmeester dat niet doet; de bodem bestaat hier uit een onvervalste Overijsselse blubbervlakte. Die hopelijk geen zuigende werking heeft; bestaat er drijfzand onder water? Met m’n handen heb ik diverse delen van Zorro stevig vast. Fijn dat mannen minder snel blauwe plekken krijgen dan vrouwen. Een beetje ongelukkig probeer ik me weer iets omhoog te werken en met onze maskers bijna tegenelkaar zie ik dan gelukkig die nu schele, maar toch rustgevende blik van de duikmeester. IJskoud is het hier, maar daar gaat op je gezicht ook wel weer iets kalmerends van uit. Verder voelt het op mijn rug alsof ik mijn pak niet dichtgeritst heb; fris in het kwadraat. Niet op letten, is straks vast weer voorbij; nu eerst zwemmen. Ik zie nagenoeg niets, geen bodem, niet eens water, gewoon helemaal niks. Ik voel me een gedesoriënteerde watervlo in een zacht donkerbruin vloerkleed. 

Vlak voor je neus
De buddystok is niet mee, een handig hulpmiddel voor als je nog niet zo stabiel in het water kunt liggen, maar de arm van de duikmeester werkt ook prima en gelukkig, hij doet éindelijk - dat zal verdorie wel weer een duikdidactisch doel hebben gehad - zijn lamp aan. Ja, nu zie ik de bodem; net op tijd want ik voelde een geniepige wagenziekte opkomen, en heb weer wat vaste punten om me op te focussen. Nooit gedacht dat je zo blij kunt zijn met een glinsterend oud bierblikje of met een paar sneue plantjes en stenen. Veel begroeiing is hier niet. Ik zie wel een fascinerende stenen vorm bedekt met honderden kleine zoetwaterschelpjes; net een kunstig gemaakte sierpot waaruit inderdaad ook één zielig groen plantje groeit. Fijn dat de bodem hier wat lichter is en dat je wat meer ziet. Ben benieuwd wat de duikmeester er van vindt wanneer we weer boven zijn. Hij zegt altijd dat duikers niet zo moeten klagen over slecht zicht, je kunt altijd wel wat zien en de mooie dingen bevinden zich daarbij vlak voor je neus en niet 10 meter ver. Vlak voor mijn neus verwonder ik mij nu over de kleerhanger die hier mysterieus in de bodem geprikt zit. Ik trek hem eruit en ben al best ontspannen vind ik zelf. 

Foto: Cor Kamman

De vissenschool
De kleerhanger en ik zwemmen helemaal zelf en speuren in het riet en tussen de takken naar grote vis. Hier wonen vissen met de tot de verbeelding, in ieder geval die van mij, sprekende naam Tinca Tinca. Oftewel Zeelt, heeft mijn maatje verteld. Die zijn nu blijkbaar met vakantie en niet thuis want de enige levende wezentjes die ik zie zijn wegkruipende kikkervisjes. Erg grappig met die onhandige beginnende beentjes. Hé kijk, een grote dierenschedel! Ik neem het in mijn handen en draai het rond. En moet even aan de dode wolf denken die deze zomer nu wel of toch weer niet in een aangrenzende provincie gevonden is. En dan pakt de duikmeester mij opeens beet en zonder dat ik het gemerkt heb zijn we geheel omsingeld door honderden vissen. Ze lijken nieuwsgierig om ons heen te cirkelen; ze zijn 10 centimeter lang met af en toe een grotere ertussen, de oppasser. Ik weet al hoe deze jongens heten, het zijn baarzen. Ze geven een beetje licht in de straal van de lamp en zijn helemaal niet van ons onder de indruk. Ik ben dat wel en probeer stilletjes te blijven hangen. Net zo plotseling als ze verschenen, zijn ze ook weer verdwenen, en ik zie dat Zorro door zijn masker het kompas bestudeert om ons via een geheime doorgang terug te loodsen naar de stenen waar we te water zijn gegaan. Onderweg zwemmen de meester en ik nog een keer onverwacht een vissenschool binnen en blijven een paar minuten kijken, echt mooi! Even het laatste eind onze vinnen laten wapperen en dan zijn we bijna terug. Ik voel dat de duikmeester niet erg opgewonden kan worden over deze duik; voor hem waarschijnlijk niet zo veel nieuws onder de zon. Maar ik vond het best een leuke duik en wie weet gaan we volgende keer naar het meer waarover de geruchten gaan dat er in het water een zeer grote gevaarlijke meerval woont. Ik vraag de duikmeester nog maar even niets; het is bijzonder dat het altijd even duurt – ook al zit je vol van wat je daaronder gezien, gevoeld en beleefd hebt – voordat je jezelf uit de stille gebarenstand geschakeld hebt. Ik hoef ook niet te praten; ik schrijf later wel. Met een grote lach klauter ik onhandig het water uit, weer dwars door het gevaarlijke ravijn en verklaar deze bijzondere expeditie voor succesvol beëindigd. 

mail facebook

Post Rating

Reacties

# Dick Stevens
woensdag 8 januari 2014 16:44
Hoe kun je van een zeer matige duik toch een mooi verhaal schrijven?

Lees hier, dat het kan!
# Duikman
woensdag 8 januari 2014 18:04
Het was daar idd echt heel slecht zicht. Dat belooft wat voor de goedzichtduikverhalen!

Plaats reactie

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in:


 

Over Alyssa Akkerman

Alyssa Akkerman is een 1*-duikster in opleiding bij een kleine, maar gezellige NOB-vereniging. Alyssa, in het dagelijks leven ICT-trainer, is niet bepaald een onderwatertalent. Maar met een gezond relativeringsvermogen, een beetje zelfspot, een flink doorzettingsvermogen en een bijzonder oog voor dingen die anderen ontgaan kom je een heel eind onder water.

Onder begeleiding van een aantal duikinstructeurs en assistenten, door haar steevast duikmeesters genoemd, is zij terecht gekomen in een wonderbaarlijk avontuur, waarvan zij de hoogtepunten in deze column met veel humor beschrijft. Via de theorielessen, de zwembadinstructie, het buitenwater en de opleidingsduiken in Zeeland, naar steeds weer een nieuwe verwondering over het leven boven en onder water.