|  Login
 English (United States)  Nederlands (Nederland)
  
Oosterschelde gaat kopje onder
Oosterschelde gaat kopje onder

Oosterschelde.jpgdoor Harmen van der Werf /PZC

YERSEKE - De Oosterschelde dreigt de komende veertig jaar letterlijk kopje onder te gaan met grote gevolgen voor onder meer het aantal vogels en kokkels. Rijkswaterstaat Zeeland probeert uit alle macht het tij te keren. Diverse onderzoeken zijn in gang gezet om te bepalen hoe de Oosterschelde het beste én ook betaalbaar in stand kan worden gehouden

Hét probleem waarmee Rijkswaterstaat in de Oosterschelde zit, is zandhonger. Dit is een gevolg van de bouw van de Oosterscheldekering die in 1986 in gebruik is genomen. Minder water én zand komen de zeearm binnen. Stroomsnelheden zijn ook flink gedaald. Zandplaten en schorren kalven af. Ze dreigen in enkele tientallen jaren zelfs bijna volledig te verdwijnen. De Oosterschelde heeft dan veel van haar charme en natuurwaarden verloren.

Hoe groot de gevolgen kunnen zijn, is onderzocht. De verwachting is dat het kokkelbestand in 2045 de helft kleiner zal zijn dan in 1980. Kokkels zijn een belangrijke voedselbron voor vogels. Het aantal scholeksters zal ook fors verminderen, van 45.000 vogels nu tot 8000 in 2045. Wilde Japanse oesters die al een plaag zijn, zullen juist beter gedijen, waardoor minder voedsel overblijft voor mosselen en kokkels.

Rijkswaterstaat onderkent dat er vrij snel iets moet gebeuren om de Oosterschelde te 'redden'. Volgens de rijksdienst is er een kans van slagen. Vier mogelijke oplossingen zijn inmiddels in onderzoek genomen. De eerste is het vergroten van de doorstroomcapaciteit van de kering waardoor meer water in en uit de Oosterschelde kan. Dat zal voor een deel de zandhonger in de zeearm stillen.

Andere mogelijkheden zijn: het aanbrengen van zand in de geulen; het aanleggen van oeverbescherming bij de meest bedreigde platen, slikken en schorren; en: het herstel van platen of slikken door daarop zand te storten, zoals op zeestranden. In 2008 is Rijkswaterstaat van plan een praktijkproef uit te voeren met de laatste mogelijkheid. Op de binnenvaartroute over de Oosterschelde, in het Brabantse vaarwater en de Witte Tonnen Vlije, is onderhoudsbaggerwerk nodig. Het baggerzand zal op de afkalvende Galgeplaat worden aangebracht.

De onderzoeken zijn kwesties van lange adem. Rijkswaterstaat hoopt in tien jaar genoeg kennis te hebben vergaard om een onderbouwd besluit te nemen voor behoud van de Oosterschelde.

Zandplaten en schorren in de Oosterschelde kalven af met grote gevolgen voor vogels en schelpdieren. Vier mogelijke oplossingen zijn in onderzoek.