Toezicht in het zwembad voor duikverenigingen

Duikverenigingen hebben steeds vaker te maken met aanvullende eisen met betrekking tot toezicht in het zwembad, gesteld door zwembadhouders. Die aanvullende eisen:
•    kosten tijd
•    kosten geld
•    zijn gebaseerd op de activiteiten van zwemverenigingen en bieden  voor een duikvereniging amper veiligheidswinst.

(Hoe) kunnen we als NOB voorkomen dat duikclubs tijd en geld moeten besteden aan maatregelen die niets bijdragen aan de veiligheid in het zwembad? Bovendien, een duikvereniging hééft toch een veiligheidscultuur? Waarom zijn er dan nog allerlei extra toeters en bellen nodig?

 

Het ‘probleem’ van de zwembadhouder

De zwembadhouder is verantwoordelijk voor ‘voldoende toezicht’. Dat is vastgelegd in de Wet Hygiëne en Veiligheid Bad- en Zweminrichtingen (WHVBZ) die over dat toezicht letterlijk stelt: “: In een categorie A-badinrichting moet gedurende de openstelling in voldoende mate toezicht worden uitgeoefend.” In het bijbehorende besluit staat nog: “Voor een bassin dieper dan 1,40m moet ten minste één toezichthouder beschikken over de vaardigheid van het ‘zwemmend redden’. En er moet iemand aanwezig zijn die in het bezit is vaneen geldig Basisdiploma Eerste Hulp (of  vergelijkbaar) en die kan beschikken over voldoende hulpmiddelen, zoals verbandtrommel, EHBO-ruimte of telefoon.”

Als hurende duikclub heb je met een van deze twee opties te maken:
1.    de hurende club maakt gebruik van toezichthouders van het zwembad. In dat geval hoef je niets te regelen; je hoeft alleen maar te betalen.
2.    de hurende club verzorgt zelf het toezicht, dus met eigen leden. Daar stelt de zwembadhouder eisen aan: als hurende vereniging moet je jaarlijks aantonen dat jouw toezichthouders vaardig zijn in reddende handelingen en reanimatie.

De zwembadhouder moet een Toezichtplan opstellen, waarin alle aspecten over toezicht houden en veiligheid voor de zwemmers worden verwoord.

 

Het ‘probleem’ van de duikvereniging

Als je als duikvereniging je eigen leden als toezichthouder inzet tijdens de uren dat je het zwembad huurt, heb je steeds vaker te maken met zwembadhouders die slechts één type diploma accepteren, bijvoorbeeld ‘Reddend Zwemmen in het Zwembad’ of het KNBRD-A-diploma. De NOB-specialisatie Redden is bij veel zwembadhouders onbekend en wordt dan ook vaak als niet afdoende beschouwd.

Volgens de wet moet een toezichthouder aan twee eisen voldoen:
1. Hij moet minder dan een jaar geleden hebben aangetoond dat hij vaardig is in reanimeren
2. Hij moet minder dan een jaar geleden hebben aangetoond dat hij vaardig is in het boven water halen en op de kant brengen van een slachtoffer.

Hoe regel je nu als duikvereniging dat je wél je eigen toezichthouders in het zwembad kan inzetten – dat is immers vaak financieel veel aantrekkelijker dan personeel van het zwembad inhuren – maar dat die leden geen extra modules of opleidingen hoeven te doen waar je als duiker toch niets mee opschiet?

Daar heeft de NOB in overleg met de zwembadbranche nu een goed antwoord op! Meer informatie voor duikverenigingen