Duikvereniging / duikschool = service provider


Foto: Marieke Wiendels

De NOB-opleidingen voldoen aan de ISO-normering voor recreatieve duik- en instructeursopleidingen. Voor duikverenigingen en -scholen bestaat ook een ISO-norm. Veel van wat in deze norm vastgelegd is, is al een gangbare praktijk bij verenigingen.

Er worden drie gebieden van dienstverlening onderscheiden:
- training en opleiding;
- georganiseerde en begeleide duiken voor gebrevetteerde duikers;
- verhuur van duikuitrusting.

Een organisatie geldt als Service Provider als een of meer van deze activiteiten worden uitgevoerd. Dat betekent dat de norm van toepassing is op NOB-verenigingen en –duikscholen. Hieronder vind je een lijstje van de vereisten.

Informatievoorziening
Een duikvereniging moet een lid volledig informeren over de diensten die hij afneemt, de kosten en voorwaarden (medische keuring). Als een lid een opleiding gaat volgen, moet de vereniging hem informeren over de procedure van de opleiding, de voorwaarden bij toetsing (succescriteria) en de brevetbevoegdheden. Bij een georganiseerde duik moet de vereniging alle deelnemers informeren over de duiklocatie, afspraken m.b.t. diepte en tijd en de noodprocedures.

Risico-inventarisatie
De NOB heeft voor de in de norm vereiste risico-inventarisatie een standaard-checklist ontworpen: ‘Check de stek’. Tevens staat deze checklist vermeld in het NOB-opleidingsmateriaal en het logboek.

Materialen voor noodgevallen
De vereniging moet op de duiklocatie zorgen voor de aanwezigheid van een EHBO-set (toegespitst op de locatie), een zuurstofset die tenminste 15 liter zuurstof per minuut gedurende 20 minuten kan leveren, een communicatiemiddel waarmee de hulpdiensten kunnen worden ingeschakeld en een noodplan (met reddingsprocedures, gebruik zuurstofset, contactgegevens hulpdiensten).

Opleiding
Bij een opleidingsduik is de instructeur geheel en alleen verantwoordelijk voor zijn cursist. Hij moet er dus zelf op toezien dat hij de beschikking heeft over de vereiste veiligheidsmiddelen. Wanneer een vaardigheid door een instructeur is aangeleerd voor wat betreft de theoretische en praktische ingangseisen kan het verder opdoen van ervaring worden begeleid door een NOB-3*-duiker. Wanneer het om specialisaties gaat, moet de begeleidende 3*-duiker zelf in het bezit zijn van de desbetreffende specialisatie. Zwembadinstructie door een NOB-1*-instructeur is mogelijk wanneer een NOB-2*-instructeur in het water aanwezig is. Voor alle andere opleidingen in het buitenwater zal een NOB 2*-instructeur moeten worden ingezet. Deze moet  wanneer hij les geeft in een specialisatie daarvoor ook de kennis, kunde en ervaring als duiker hebben. Hij moet kunnen aantonen de specialisatie zelf gevolgd te hebben.

Begeleide duiken
Het bestuur van een vereniging stelt een programma op voor de georganiseerde en/of begeleide duiken. In overleg met een daartoe door het bestuur aangezochte 2*-instructeur worden duikplaats(en) en de voor deze duikplaats/activiteit gevraagde brevettering van de deelnemers vastgelegd. Tevens stellen zij een noodplan op voor de gekozen duikplaats. Voor het uitvoeren van de geplande duik moeten de aanwezige instructeurs en/of 3*-duikers ter plaatse een risico-inventarisatie uitvoeren. De NOB biedt hiervoor een handvat. Bij georganiseerde duiken wordt in ieder geval een duikcoördinator aangewezen. Begeleide duiken die plaatsvinden tijdens een georganiseerde duik vallen onder dezelfde eisen.

Duikuitrusting
Zowel leden in opleiding als instructeurs die instructie geven, moeten beschikken over een alternatieve luchtvoorziening (die kan variëren van een eenvoudige octopus tot een tweede tweede trap).

Archivering
Alle vereiste algemene gegevens met betrekking tot de leden zijn opgenomen in de door de NOB aan de verenigingen gevraagde gegevens bij inschrijving en brevetadministratie. De vereniging moet een overzicht hebben van de namen en adressen van alle vrijwilligers die voor de vereniging werkzaam zijn. Daaruit moet ook blijken wat ieders taken en bevoegdheden zijn. Ook moet de vereniging kunnen aantonen dat al haar instructeurs beschikken over een brevet en een geldige licentie.
De vereniging moet de vorderingen van haar cursisten bijhouden, evenals hun brevettering. Hiervoor kan het opleidingsschema worden gebruikt.

Verhuur van duikuitrusting
De vereniging moet ervoor zorgen dat de verhuurde duikuitrusting in goede staat verkeert. Voor aflevering moet de uitrusting daarop worden gecontroleerd. Vanzelfsprekend moet de uitrusting voldoen aan alle geldende CE-normen. Bij verhuur van uitrusting moet de vereniging het lid / de klant goed adviseren, waarbij zijn brevettering en ervaring in acht worden genomen. Een lid / klant moet beschikken over een duikbrevet. Als dat niet het geval is, moet de vereniging zich ervan verzekeren dat de huurder onder toezicht van een instructeur handelt. De vereniging is verantwoordelijk voor het tijdige onderhoud van de verhuurmaterialen en moet hiervan een overzicht bijhouden.